Bibliorura-directeur Jeanine Deckers is gek op wilde projecten


De Bibliotheek Bibliorura heeft een nieuwe directeur: Jeanine Deckers. Geboren in Sevenum, uitgevlogen naar Amsterdam en nu weer geland op Limburgse bodem. Wij gingen bij haar op de koffie om kennis te maken.

Na 28 jaar in de culturele hoofdstad keerde ze onlangs terug naar het land van vlaai, muziek en schutterijen. Intussen heeft ze de eerste drie maanden erop zitten. Bevalt het een beetje in Remunj?

“Het bevalt me hier uitstekend. Mijn familie woont hier in de buurt en ik heb bij de bibliotheek prettige collega’s. Het is ook een mooie bibliotheek. Wel mis ik soms mijn vrienden in Amsterdam en het uitgaan, bijvoorbeeld toneelvoorstellingen bezoeken. Maar over het algemeen is het erg fijn om terug te zijn. De mensen zijn hier minder direct en minder gestrest. En ik had niet gedacht dat ik het zo leuk zou vinden om weer dialect te spreken.”

Jeanine Deckers is bibliothecaris en kunsthistoricus, maar zeker geen stoffig type. Anderen noemen haar ‘bijdehand, eigenwijs en aardig’. Op d’r blog betitelt ze zichzelf als ‘militante bibliothecaris’. Wat wil deze strijdlustige dame met de Roermondse bibliotheek?

“We hebben hier een prachtige bibliotheek met een mooie collectie. Zo hebben we enorm veel internationale kranten in de leeszaal. Ook hebben we een indrukwekkende collectie ‘Limburgensia’. Misschien niet zo groot als in Maastricht, maar erg goed en uitgebreid. En behalve de bibliotheek, zijn hier ook het Historiehuis en een brasserie gevestigd. Toch weten heel veel mensen dat niet. Dat is jammer, want de bieb is van en voor iedereen. Ook als je niet van lezen houdt, kun je hier terecht, bijvoorbeeld om de krant te lezen of te studeren. Het verhaal over wat we bieden moeten we beter en vaker vertellen.”

In een notitie, die aansluit bij het huidige beleid van Bibliorura, geeft ze aan dat laaggeletterdheid hoog op de agenda moet komen. Waarom is de bestrijding daarvan zo belangrijk en wat gaat zij daar concreet aan doen?

“Veel kinderen verlaten de basisschool met een fikse achterstand wat betreft begrijpend lezen. Zo’n achterstand haal je niet snel meer in. De Bibliotheek Bibliorura heeft een heel goed programma om samen met alle basisscholen laaggeletterdheid tegen te gaan. Zo bieden we kinderen betere kansen in hun leven. Verder zijn er veel ouderen die vroeger alleen de lagere school hebben afgerond. Dat was toen genoeg, nu niet meer. De samenleving is ontzettend ingewikkeld geworden. Die mensen gaan we ook helpen. Zo denken we na over een Taalpunt in Roermond waar jong en oud terecht kan met vragen over lezen, schrijven en taalonderwijs.”

In Noord- en Zuid-Holland ontwikkelde ze met succes een keten strandbibliotheken en bedacht de bibliotheek op Schiphol - de eerste vliegveldbibliotheek ter wereld. Heeft ze ook zulke wilde plannen voor Roermond en Roerdalen?
“Ik ben gek op wilde projecten, alleen heb ik nu nog niets op het oog. Ik ben overal voor in.”

Het is bij de nieuwe directeur overigens niet alleen innovatie wat de klok slaat. Zo is ze al twee decennia lid van het conservatieve Cuypersgenootschap. Dat is een landelijke club die onder meer vocht voor behoud van Cuypers’ Teekenschool in Roermond en Kolleg St. Ludwig in Vlodrop.

“Tijdens mijn studie architectuurgeschiedenis ben ik daar lid van geworden. Dit genootschap zet zich in voor behoud van bouwkundig erfgoed uit de negentiende en twintigste eeuw, vooral van na 1940. Dat ik nu, na al die jaren, terecht ben gekomen in de stad van Pierre Cuypers, maakt wonen en werken in Roermond voor mij natuurlijk nog specialer.”

De koffie is intussen op en het koekje verorberd. Tot slot een vraag om de nieuwe Bibliorura-directeur persoonlijk wat beter te leren kennen: wat is haar favoriete boek?

“Gebr. van Ted van Lieshout. Ik vind al zijn boeken erg goed. Gebr. gaat over een homoseksuele jongen die in de jaren zeventig in Eindhoven opgroeit met een broer die later zelfmoord pleegt. Het boek is een soort zoektocht van de hoofdpersoon in het verleden. Het gaat over zelfmoord en is zielig, maar tegelijkertijd erg om te lachen. Daarnaast is het heel mooi geschreven. Ik ben in dezelfde tijd opgegroeid, daardoor zijn veel dingen voor mij herkenbaar. Het is een heel bijzonder boek.”

[Afbeelding detail uit werk van Edward W. Camp]

Geen Reacties »

admin op 8 August 2016 in Boek & Meer

Jos Saes: “Bibliotheek meer nodig dan ooit”

Onlangs nam Jos Saes na veertig jaar afscheid als directeur van de Bibliotheek Bibliorura. Portret van een man die liever op de achtergrond blijft.

“Jos Saes, dat ìs de bibliotheek Roermond”, zegt een medewerkster die jarenlang nauw met hem heeft samengewerkt. Ze schetst Saes als een directeur met visie, open, eerlijk, direct en met oog voor de inhoud. “Geen groot ego, hij werkt liever in de luwte, maar wel iemand die altijd vocht voor zijn bibliotheek.”

In veertig jaar zag Jos Saes Roermond van ingedut plattelandsstadje uitgroeien tot internationale winkelmagneet. Sociaal-culturele, politieke en technologische veranderingen, verhuizingen, fusies en reorganisaties; het kwam op zijn pad. En hij heeft het allemaal overleefd.

Hij zag bestsellers fonkelen en verdwijnen, schrijvers komen en gaan, en trends opvlammen en uitdoven. Binnenkort draagt hij de organisatie met een gerust hart over aan zijn opvolgster. De organisatie is efficiënt, het team is hecht, er ligt een heldere en goed onderbouwde visie, en de Bibliotheek Bibliorura is goed ingebed in de maatschappij. Maar dat ging niet vanzelf.

De verhuizing in 2000 naar de Neerstraat was voor Jos Saes, die in 1980 directeur werd, professioneel het meest ingrijpend.

“In 1976, toen ik begon, zaten we samen met het CK-Theater in De Oranjerie. Tot Van der Valk erin wilde. Wij hadden een contract tot 2010. Bij de gemeente hebben we toen een nieuwe locatie en een noodhuisvesting bedongen; de voormalige RAM Garage aan het Wilhelminaplein, waar later de Action in heeft gezeten.

We kregen subsidie voor verhuizing naar de garage, maar voor de rest moesten we alles zelf uitzoeken. Ik zie ons nog door dat gebouw gaan om met krijt op de vloer aan te gegeven waar de internetaansluitingen moesten komen.

Gevecht om brasserie

De verhuizing naar de Neerstraat en de verbouwing zijn tien jaar voorbereid. Het zorgde voor felle maatschappelijke en politieke discussies, onder meer over het spreidingsbeleid en de maatschappelijke rol en functie van de bibliotheek.

De meningen over wat de bibliotheek zou kunnen zijn, veranderden in die periode gestaag. We werden door de gemeente steeds meer gezien als een zakelijke partner. Voor die tijd was het eerder een beetje als de bedeling.

Ik was adviseur van de gemeente voor dit gebouw, daardoor hebben we dingen kunnen realiseren die niet voorzien waren. Zo kwamen we erachter dat er een vergader-/tentoonstellingsruimte nodig was.

En we wilden een brasserie met terras. Dat is een heel gevecht geweest. Zoiets werd toen nog niet geassocieerd met een bibliotheek. Het was pas een jaar of tien later dat hippe boekwinkels koffiehoeken kregen.

Door de brasserie kwamen er later soms klachten als: ‘Als ik hier een boek zit te lezen, ruik ik het eten.’ Ik dacht dan: Wat maakt dat nou uit!

Voor de verbouwing hebben we zeker tien tekeningen op tafel gehad. Er waren dan ook nogal wat uitdagingen.

Het gebouw bestaat uit een gerenoveerde voorbouw met een nieuwe achterbouw. De achterbouw heeft geen directe verbinding met het straatniveau. De architect, Han Westelaken, heeft dit opgelost door de verdiepingen in de achterbouw los in de ruimte te plaatsen.

Gebouw van de bevolking

Het is nu een hartstikke mooi gebouw, en nog belangrijker: het is een gebouw van de bevolking. Je mag er ook gewoon praten, want er zijn hier genoeg luwteplekken voor als mensen stilte zoeken.

En iedereen is welkom, lid of geen lid. Ouderen lezen er de krant, studenten maken hier op de computer hun werkstukken, en soms zitten hier ook zwervers. Mijn insteek: je bent welkom als je je fatsoenlijk gedraagt. Wij willen niemand buitensluiten.

De bibliotheek was begin jaren ‘70 toch nog vooral een bibliotheek voor de gegoede burgerij. In de jaren ‘80 veranderde dat. Nu is de bibliotheek een ontmoetingsplaats voor iedereen op het kruispunt van kennis, contact en creativiteit. Daarnaast is er natuurlijk internet.

Maar ook dat is niet heilig. Met de opkomst van e-books en snel internet waren diverse politici overtuigd dat de bibliotheek overbodig was geworden. Dat is dus niet zo. Misschien is er door de enorme hoeveelheid beschikbare informatie juist nu wel meer behoefte dan ooit aan onderzoek, duiding en inspirerende locaties om samen te komen.

Neem bijvoorbeeld de geschiedenis. Veel jongeren denken: dat is voorbij, maar het leeft nog steeds. Dat merkten we bijvoorbeeld aan de belangstelling voor onze tentoonstelling over de tijd van Napoleon Bonaparte. Veel moderne staten zijn gebaseerd op inzichten uit die tijd.

Verder vervult de bibliotheek een belangrijke rol bij leesbevordering en het tegengaan van laaggeletterdheid. Dat doen we onder meer via ons succesvolle programma voor de schoolbibliotheken en de doorgaande leeslijn.

Lezen is leuk en nuttig. Het is een cruciale vaardigheid om je te kunnen redden in deze samenleving.

Ook het lezen van romans is daarbij belangrijk, dat weten veel mensen niet; daarvan ga je genuanceerder denken. Ook word je in romans geconfronteerd met een breed palet aan emoties en manieren om daarmee om te gaan. Zo kom je op een andere manier in het leven te staan.

Zelf houd ik van Russische schrijvers als Boris Pasternak en Ivan Boenin, mijn lievelingsschrijver. Een persoonlijke favoriet is ‘Portret van een man’ van Jens Christian Grøndahl, maar veel mensen vinden hem misschien niet zo bijzonder hahaha. Ik kan ook genieten van ‘Het verhaal van Ferrara’ van Giorgio Bassani. ‘De graaf van Montecristo’ van Alexandre Dumas vind ik ook een prachtig boek.”

Snijden in eigen vlees

Zo’n tien jaar na de verhuizing van de bibliotheek naar de Neerstraat, tussen 2010 tot 2013, ontstond een situatie die Jos Saes persoonlijk het meest heeft geraakt. Met het spreekwoordelijke gouden horloge in zicht, moest hij fors snijden in eigen vlees.

“Er was te weinig geld in de maatschappij. Roerdalen wilde de bibliotheken in de eigen gemeente sluiten, want het was te duur om ze open te houden. Zeker omdat de kwaliteitsvraag in een dorp dezelfde is als in de stad - daar vergissen mensen zich vaak in.

We hebben toen ingezet op de schoolbibliotheken en dat heeft achteraf heel goed uitgepakt. De bevolking was eerst hartstikke kwaad, maar de ontwikkelingen gaan door. Het is net als met de flappentap in de dorpen; iedereen vindt het vervelend dat hij verdwijnt, maar de meesten pinnen rechtstreeks bij de winkels in de stad.

Met onze organisatie moesten wij van ruim 40 naar ongeveer 20 medewerkers. Ik heb veel mensen moeten ontslaan en dat heeft er ingehakt. Ook persoonlijk. Niemand wil mensen ontslaan.

In die tijd heb ik een TIA gehad, een voorbijgaande beroerte. Bij het onderzoek bleek dat ik eerder al diverse herseninfarcten heb gehad. Het advies was om het rustig aan te doen.

Iedereen die zoiets meemaakt, gaat anders nadenken over wat hij wil. Je gaat anders leven.”

Jos Saes dacht aan de mooiste momenten in zijn leven. Zijn gezin, de mensen die hij heeft ontmoet. Over het belang van werk, zijn werk. Lekker eten en drinken. De bijzondere plaatsen die hij heeft bezocht, zoals het eiland Sark en zijn geliefde Frankrijk. En natuurlijk dacht hij aan de jaren die nog komen.

Marktpartijen hollen bieb uit

Ook professioneel maakte hij de balans op. In een notitie heeft hij laten beschrijven waar de Bibliotheek Bibliorura voor staat, wat de kansen en bedreigingen zijn, en hoe de beste strategie voor de toekomst eruit ziet. Het stuk heeft pamflettistische trekken en ademt een onverschrokken strijdbaarheid; tot hier en niet verder!

“Met deze notitie willen we het team, dat een onzekere periode achter de rug heeft, houvast geven voor de toekomst. Ook leggen we zo aan derden als de gemeente uit wat we doen en waarom dat toegevoegde waarde heeft, bijvoorbeeld in vergelijking met marktpartijen.

De marktpartijen die nu in de bibliotheekwereld opereren, geven je een ouderwetse bibliotheek terug. Dus zonder de complexe meerwaarde die wij bieden. Dan kan ook niet, want anders zouden zij geen winst maken. Ze melken een bestaand concept uit en daarna blijft de gemeenschap achter met het gat.

Dan hebben wij het in Roerdalen toch beter gedaan. Niet alleen zijn gemeente en scholen heel tevreden over het project met de schoolbibliotheken, we hebben ook voortdurend constructief overleg als ze iets willen veranderen. Dat is heel fijn. Ook in Roermond hebben we een uitstekende samenwerking met de gemeente.

Kortom: de organisatie is klaar voor de toekomst, en ik ben klaar om ermee op te houden. Wat ik ga doen als ik met pensioen ben? Het eerste half jaar ga ik helemaal niks doen hahaha.

Nou ja, mijn tuin uitbouwen; ik heb een cottage tuin. Engelse tuinen, die vind ik geweldig. Een tuin met vier geweldige lindenbomen erin, heb ik. Daar ga ik me heerlijk aan wijden. Daarna zie ik wel verder.”

Geen Reacties »

admin op 31 March 2016 in Boek & Meer, Politiek & Media

Gé Reinders over zijn jeugdheld, de liefde en de muziek

Gé Reinders gaat komend jaar met een nieuwe tour de Nederlandse theaters in. Hij is nu razend druk met schrijven, componeren en repeteren. En opnemen. Want er komt ook een nieuwe dubbel-cd uit, met één plaat in het dialect en eentje in het Engels. Om die reden is onderstaand interview via e-mail afgenomen.

Er kwamen waarschijnlijk diverse verhalen en herinneringen boven bij het voorbereiden van je nieuwe tour. Welk(e) was je bijna vergeten en waarom was dat, denk je?

“Ik heb toen ik 17 was een tijd in Amerika gewoond als uitwisselingsstudent en ik was verbaasd over hoeveel er op internet te vinden is over het gezin waar ik daar bij ondergebracht was. Daar heb ik twee avonden op gegoogeld.

Ook heb ik een lied geschreven over de band Brinsley Schwarz, waar ik erg fan van was. Heerlijk om die muziek weer te horen. Het is wel gek om daar nu over te schrijven, want misschien haalt dat liedje wel niet de bühne. Dat is het leuke van try-outs; je kunt nog van alles sleutelen.”

Wat zijn de overeenkomsten tussen je jaar in Amerika en je huidige solo tour? Denk aan de begrippenparen klein & groot, dichtbij & veraf, oud & nieuw, en vrijheid & gebondenheid.

“Toen ik naar Amerika ging, was ik al gek op artiesten die solo speelden: Bob Dylan, Leonard Cohen, Donovan. Altijd heb ik het idee gehad dat een goed liedje overeind blijft ook als je het in je eentje speelt.

Waar ik ook achter ben gekomen, is hoe belangrijk muziek voor me is. Als puber was muziek het enige wat me interesseerde. Eigenlijk ging ik naar de USA omdat daar mooie muziek vandaan kwam, muziek die mij raakte.

Wat Amerika me ook leerde, is dat ik daar een Limburger was. En dat dat iets is om trots op te zijn. Ik had altijd het idee dat alles wat uit Limburg kwam, minder was.

Eigenlijk heb ik door mijn verblijf ver weg mijn afkomst leren waarderen.”

Je lijkt me iemand die zijn eigen weg gaat, met alle uitdagingen en ups & downs van dien. Ben je tijdens de voorbereidingen voor deze tour ‘dichter bij jezelf gekomen’ of is dat psychologische onzin?

“Dat is geen onzin. Ik ben er vooral achter gekomen hoe belangrijk muziek voor mij is. Dat is de rode draad. Ik vond het heerlijk om ook weer Engelse liedjes te schrijven en weer die puberontroering te voelen.”

Jouw jeugdheld Brinsley Schwarz zingt in “What’s so funny ’bout peace love and understanding”, dat hij het leven soms niet meer begrijpt en er verdrietig van wordt. Eén van jouw laatste liedjes is “Noe begriep ich ‘t”…

“Wat grappig dat jij met Brinsley aankomt! Ik ben nu met hem aan het mailen om te zien of hij op mijn plaat kan spelen. What’s so funny ’bout peace love and understanding? is een volkomen terechte vraag. Daar is niets grappigs aan. Ik zal hem vragen of hij dat nog steeds vindt. Verheug me erg op de samenwerking.”

Terugkomend op mijn vraag, zou je kunnen toelichten waar “Noe begriep ich ‘t” over gaat?

“Dat vind ik moeilijk, want het verhaal erachter vind ik te persoonlijk.”

Ik vind het een treffend nummer door het geloof dat eruit spreekt. Ik denk dat het gaat over samen leven. Dat maakt het thema universeel, en dus krachtig.

Kun jij er toch niet iets meer over zeggen?

“Het gaat eigenlijk over vergeven. Volgens mij is dat de sleutel in de liefde. En ik heb dat niet altijd zo gevoeld. Maar op een gegeven moment viel het kwartje.”

Onlangs heb je je verdiept in het (verzets)verleden van je moeder. Schreef er een prachtig lied en een boek over. Op welke prestaties van je vader ben jij trots?

“Op heel veel van zijn prestaties. Hij was een hele lieve wijze man die veel geduld met mij had. Bovendien was hij erg belezen. Hij kon schrijven in Latijn.”

Een laatste vraag: jij vraagt bezoekers van de tour hun favoriete nummer uit jouw repertoire aan te geven. Om welk door jou geschreven lied wil jij herinnerd worden?

“Ik denk om het nummer dat ik op het ogenblik aan het schrijven ben. Bij ieder lied waar ik aan begin, heb ik altijd het gevoel dat het het beste lied zal worden, dat ik ooit geschreven heb. Daardoor kom je in een roes en heb je zin om het te voltooien.

Het gekke én het fijne is dat ik dat ieder keer wéér heb. De kick van het schrijven is gewoon groter dan het feit of een nummer wel of niet herinnerd zal worden. Op elk liedje ben ik even dol.”

De nieuwe show van Gé Reinders heet “Solo”. Hij gaat 24 januari in première in het Munttheater in Weert. Zijn fans kunnen niet wachten, lijkt het wel. De eerste try-out, bij Stichting Cultureel Aerwinkel in Posterholt op 3 januari, was al binnen enkele dagen uitverkocht.

[Dit interview verscheen 30 december 2015 in 1Roermond.]

Comments Off

admin op 4 January 2016 in Ongewoon & Anders

Een prinses uit de reclame voor koninklijk kattenvoer

Haar hele huis zit ‘vol’ katten. Maar Angelien Hogenboom uit Sittard is geen typisch kattenvrouwtje, zoals je soms op televisie ziet. Ze heeft een cattery; fokt raskatten, een bijzondere hobby waarvoor ze half Europa afreist en waarmee ze al veel prijzen heeft behaald.

Je voelt echt dat je binnenkomt in hun domein. Ze bewegen nauwelijks: de moederpoes met kittens in een kist in de bench, behaaglijk onder de warmhoudlamp, de twee katten in de hoge leef paal voor bij het raam. Ook de andere Britse Kortharen, die ik rechts vermoed in de andere leef palen en in de diverse kleine behuizingen in de kamer, houden zich gedeisd.

De moederpoes zet wel gelijk grote ogen op als ik op de leren bank naast haar ga zitten; hoe kan de dochter des huizes, Richelle van 17, deze indringer toestaan, en zeker zo dichtbij haar nest?! Als ik me voorover buig, de bench in, om te kijken, onttrekt ze de kittens aan het gezicht door pontificaal ervoor te gaan zitten.

Het is een dame van stand, hoor ik later, ze heet IT. Satiath Le Bricoccole, maar van een ingetogen adellijke uitstraling is nu niets meer te merken. Ze sist en zit klaar als een straatkat om keihard uit te halen. Ik leun daarom maar weer naar achteren, ook al is het een vertederend gezicht, die kleine wol baaltjes die op en om de moeder kroelen.

Een grijsblauwe kat, van elders in de kamer, heeft uiteindelijk de meeste lef. Hij komt voorzichtig dichterbij, ruikt na een tijdje steels aan mijn linker broekspijp, daarna springt hij op armleuning naast me. Als ik rustig blijf zitten, klautert hij vervolgens langzaam over me heen, om rechts van me op het leer post te vatten. Klaar om weg te springen - met een gast die ruikt naar jachthond, weet je het natuurlijk nooit.

Een andere kat kiest stilletjes positie op de grond links van me. En daar zit ik dan, ingesloten in dit van buiten onopvallende huis, waarin katten in de meerderheid zijn en in veel opzichten de sfeer bepalen. De fraaie serre met de glazen deuren is onder meer voor hen gebouwd.

De vrede lijkt voor even getekend, toch houden zestien gele ogen me heel goed in de smiezen, de tien minuten die ik vervolgens wacht tot de eigenaresse van Cattery Shelbygoldblue naar beneden komt - stipt op tijd overigens.

“Het begon ooit met een gewone huiskat, die veertien jaar is geworden”, vertelt Angelien Hogenboom (47), die intussen in een fauteuil rechts is neergeploft, fris uit bad, de haren nog nat. “Toen die overleed, hebben we gedacht: als we nog een kat willen, wat voor één wordt het dan?

In 2009 kocht ik mijn eerste Brit. Het is een heel rustig ras. Ze zijn nieuwsgierig, maar hoeven niet naar buiten, alleen af en toe in de serre of in de tuin, als ik erbij ben. Ze hebben ook niet de drang om weg te lopen.

Buiten zouden ze ook bacteriën kunnen oplopen. Het net is met kinderen; als die niet veel buiten komen, hebben ze ook zo wat te pakken. Verder kan iemand ze zo pakken en meenemen, daar zijn ze me toch wat te duur voor.”

Het gaat goed met de cattery en intussen hebben Angelien en haar man Marcel (48) al aan de nodige poezenkraambedden gezeten. Soms met handschoenen aan, zoals toen een poezenmoeder fel om zich heen sloeg en beet vanwege de noodzakelijke externe massage om een kitten in een stuitligging eruit te krijgen.

De eerste bevalling, was de ergste. Chelby, haar eerste poes, kreeg een paar dagen gezelschap van een dekkater en tot aan de bevalling ging alles goed. Daarna was het, of alles fout ging dat fout kon gaan.

“We zijn uiteindelijk middenin de nacht halsoverkop naar een dierenarts in Maaseik gegaan. Uit een echo bleek dat er nog twee leefden, de rest was dood. De moeder en de twee kittens konden we de volgende dag ophalen, maar de laatste twee kittens zijn toen ook overleden.”

De oermoeder van de cattery is er wel weer bovenop gekomen, maar het was een drama. Ook voor Angelien en Marcel. Na al die weken meeleven, bijna als met een familielid, een kind misschien wel, eindigt het ineens zo koud en kil.

Voor Angelien is de cattery ook meer hobby dan handel. “Ik verkoop de katten en kittens niet als een pak koffie.” Toch lijkt het voor een leek een lucratieve bezigheid. Haar fokpoezen zijn in Polen en Italië gekocht voor bedragen tussen de 1.000 en 1.200 euro, en haar kittens kosten de liefhebber 625 euro per stuk. Gemiddeld produceert haar cattery met acht poezen en twee katers tussen de tien en vijftien kittens per jaar.

“Maar bij die 625 euro voor een kitten, zijn inbegrepen: voer, kattenbakvulling, verzorging, en testen op genetische aandoeningen aan hart en nieren, leukemie en (katten)aids, chippen en drie keer ontwormen”, haast Angelien zich te zeggen. En natuurlijk een certificaat dat aantoont dat er sprake is van raszuivere afstamming.

Ze verkoopt ook niet zomaar aan iedereen die genoeg geld op tafel smijt. Ze wil weten dat haar kittens goed terecht komen, of ze nu voor de fok of voor gezelschap worden aangeschaft.

De kittens worden ook niet opgestuurd, zelfs niet als het gaat om klanten in het buitenland. Ook dan komt ze ze persoonlijk afleveren. Verder laat ze de poezen maar één keer per jaar dekken, terwijl het drie keer per twee jaar kan, zodat de dieren langer kunnen herstellen.

Angelien: “Ik houd er niets aan over. Al het geld steken we weer in de cattery. Pas als je geld moet toeleggen, weet je dat je het goed doet.”

Het wegbrengen van een kitten combineert ze vaak met shows en wedstrijden, waar ze regelmatig hoge ogen gooit. Links in de hoek, bovenop een toren met cd’s, staat een aantal bekers bij elkaar, net als op de cd-toren rechts van ons. Verderop hangt een grote spiegel, die half onbruikbaar is door de tientallen onderscheidingen met kleurige linten eraan.

“Er zijn verschillende wedstrijden. Je kunt bijvoorbeeld de beste van een ras worden op een show, maar ook gaan voor ‘Best of Show’. Dan kan het zijn dat een Brit tegenover een Bengaal komt te staan. Het is een hele onderneming. Als je met een paar katten naar zo’n show gaat, ben je echt een hele dag bezig.”

Met Marcel als chauffeur heeft ze intussen diverse evenementen bezocht in Nederland, België, Duitsland, Groot-Brittannië en Italië. Ook bezocht ze in Praag (Tsjechië) een wereldtentoonstelling van FIFe, de internationale bond. Op zulke expo’s zijn alle rassen te bewonderen.

Er wordt tijdens shows niet gehandeld, “maar er worden natuurlijk wel kaartjes uitgewisseld”. Bijvoorbeeld om een dekkater tegen betaling een eigen poes te laten bezwangeren en/of om kittens en katten te (ver)kopen.

Het dekken gebeurt in het dekverblijf, daar heeft Angelien er ook één van. (“Dat mag niet te groot zijn, en het moet geen hoekjes hebben waar de poes zich kan verstoppen.”)

De kater-van-dienst, die normaal apart wordt gehouden (“anders heb je geen controle op de uitkomst”), mag zich daar twee tot drie dagen uitleven op een binnengebrachte poes.

Angelien heeft twee katers, SC. Gismo Chelbygoldblue en Floyd Chelbygoldblue, kleinzonen van SC. Tommy van Sawillu (SC. staat voor ‘Supreme Champion’).

Het doel is altijd “een mooi nestje en gezond nestje”. Natuurlijk is daarbij belangrijk dat het “goed gaat met mama en de baby’s”, maar voor de fok gaat het vooral om kenmerken en aantallen.

In de afstammingslijn is terug te vinden hoeveel kittens een poes gemiddeld geeft per worp. Angelien: “Bij een nest met één kitten, een tegenvaller (gemiddeld zitten er vier tot vijf in een nest), mag je het meestal gratis nog eens proberen bij dezelfde dekkater.”

Blauwgrijs is bij de Britse Kortharen het schoonheidsideaal. Omdat de hoeveelheid rasechte Britten beperkt is – de meeste leven overigens buiten Groot-Brittannië - is kennis van de afstammingslijnen noodzakelijk om inteelt te voorkomen. Te veel kruisen binnen de eigen lijn en doorfokken op specifieke eigenschappen zorgt namelijk voor fysieke en mogelijk ook psychische aandoeningen.

De twee toonaangevende bonden in Nederland (Mundikat en Felikat) en België (Felis Belgica) zien streng toe op de kwaliteit van de fokprogramma’s, vertelt Angelien, die werkt volgens de FIFe-richtlijnen. “Je moet ook jaren meelopen om daar keurmeester te mogen worden.”

Angelien is vooral trots op “eigen fokjes” als Noa Chelbygoldblue. Dat is een ‘tricolor’, een kat met drie kleuren rondom. Hij ziet er voor mij als leek uit als een veredelde lapjeskat, maar is voor kenners het bewijs van een geslaagde selectie van afstammingslijnen, fokdieren en gewenste kenmerken.

Angelien: “Het is heel moeilijk om dit resultaat te bereiken. De kans op een tricolor is heel klein en zeker dat alle kleuren over de hele vacht verspreid zijn, zoals bij Noa; dat je dus altijd kunt zien dat het een tricolor is.”

Een andere topper uit haar stal, Gotham Amazing Story, geen eigen fok, maar wel heel fraai, betovert me meteen. Een elegante schone uit Polen, een blauwe prinses, die zo kon zijn weggelopen uit een tv-reclame voor koninklijk kattenvoer.

Prachtig, maar aaien is er niet bij. Want al ben ik intussen wat meer geaccepteerd, de meeste katten gaan weer hun eigen gang, ik blijf een naar hond ruikende indringer in een kattenhuis. Eentje die je in de gaten moet houden.

(Dit artikel is geschreven voor hét WijkKrantje.)

Comments Off

admin op 16 April 2015 in Ongewoon & Anders

De lieve idioten van Désanne van Brederode

Désanne van Brederode publiceerde onlangs in Trouw een essay over nieuwe spirituelen. Daarin slaat ze keer op keer de plank mis.

De nieuwe spirituelen vormen geen afgebakende groep met een hiërarchie, regels en/of een bepaalde mores. Het is een sociologische restcategorie van mensen die zich niet rekenen tot een (monotheïstische) religie en die zichzelf meestal ook geen atheïst noemen. Ze worden doorgaans onderscheiden van de agnosten.

Er is nog niet veel onderzoek naar deze mensen gedaan en dus schetst de schrijfster haar eigen indrukken en inzichten. In haar essay ontdoet ze alle nieuwe spirituelen van verstand, inzicht en kennis en reduceert ze tot lieve idioten die leven in een zeepbel van esoterische maakbaarheid en onrealistische positiviteit, blind voor de werkelijkheid en kwetsbaar voor misbruik.

Dat doet geen recht aan deze mensen, noch aan hun werkelijkheid. De wereld van de nieuwe spirituelen telt, net als in elk ander segment van de samenleving, oplichters, machtswellustelingen en goedgelovigen. Maar het merendeel bestaat uit oprechte, lieve mensen die op hun manier een positieve bijdrage aan onze samenleving leveren.

Ze zijn ook niet zo onnozel en wereldvreemd als de schrijfster doet voorkomen. Zo zouden ze bijvoorbeeld niet nadenken over ethiek. (Zelf)onderzoek en discussie hierover wordt volgens haar vermeden omdat dit zou leiden tot omarming van Het Kwaad.

Als ik het goed begrijp, zouden nieuwe spirituelen in dat geval uitgaan van Het Kwaad als sturend en alles doordringend beginsel. Daar is vanuit gnostisch perspectief wel wat voor te zeggen, maar verderop verwijt ze de nieuwe spirituelen juist dat ze altijd uitgaan van Het Goede.

De onduidelijkheid ontstaat schijnbaar doordat ze het relatieve (particuliere) en het absolute kwaad verwart.

(Veel nieuwe spirituelen beschouwen goed en kwaad als een te overstijgen begrippenpaar. In de praktijk leidt dat doorgaans niet tot amoreel gedrag, maar tot inzicht, bewustwording van de culturele etikettering van deze morele categorieën, en meer begrip en aandacht voor anderen.)

Maar goed, die “o zo tolerante vrijheidspredikers die er prat op gaan dat ze helemaal nooit [ver]oordelen” denken dus wel degelijk na over ethiek. Ze (ver)oordelen ook.

Mensen die niet (ver)oordelen bestaan niet - vraag het maar aan een willekeurige psycholoog. Wel zijn er mensen die ernaar streven om rustig en afgewogen te oordelen en hun (voor)oordelen zoveel mogelijk op te schorten. Het gaat dan om open staan voor de argumenten en belangen van een ander, ook in discussies.

Er is onder nieuwe spirituelen dus ook sprake van (zelf)reflectie en discussie. Misschien nog wel meer dan onder doorsnee kerkgangers en moskeebezoekers, juist doordat een vast kader ontbreekt.

Bij het maken van afwegingen prefereren veel nieuwe spirituelen hun goede gevoel boven de rede. Als dat uitsluitend gaat om het (onder)buikgevoel, deel ik de zorgen van de schrijfster.

Maar idealiter vindt dit voelen plaats in het hart, de plaats waar buik en hoofd, emotie en ratio, (zouden) samenkomen volgens oude tradities en hedendaagse ervaringen. En dat kan ik alleen maar toejuichen.

Over het voelen zelf, leven bij de schrijfster de nodige misverstanden, zo blijkt vervolgens. Ik onderscheid daartoe “je goed voelen”/“het goede gevoel” en “goed voelen”. Het eerste is een emotioneel prettige staat, het tweede een oordeel over de mate van (een te trainen) sensitiviteit.

Goed voelen helpt bij het verstehen van het leven, zoals getraind denken bij het begreifen ervan. (Het leven is volgens nieuwe spirituelen ook niet “je goed voelen”, zoals de schrijfster meent, maar dat deel van je bestaan waarin je je het meest met bepaalde anderen verbonden bent.)

Sprekend over het leven: veel nieuwe spirituelen hebben een positieve, optimistische levenshouding. Daar lijkt me niets mis mee, zeker omdat uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat optimisten langer leven. Verder staan ze meestal met beide benen op de grond, enkele zwevers daargelaten; ze weten hoe de wereld werkt en zijn niet blind voor negatieve zaken.

Hun vaak door ervaring gevormde overtuiging dat je zelf (deels) je eigen blik op de wereld bepaalt, iets dat de wetenschap overigens onderschrijft, doet daar niets aan af. Doordat ze vaker actief met deze thematiek bezig zijn, zijn nieuwe spirituelen waarschijnlijk zelfs meer bewust van negatieve invloeden dan andere mensen.

Dat ze het negatieve niet opzoeken, kan ze volgens mij moeilijk verweten worden.

Kortom: het is onzin om te veronderstellen dat nieuwe spirituelen “het kwade dat zich verlustigt in het kwade” niet als echt kunnen accepteren. Deze groep mensen betitelen als “moreel dood” is niet meer dan holle retoriek.

(De schrijfster bewijst dat laatste met haar opmerking dat nieuwe spirituelen lijden “altijd” zien als een kans voor persoonlijke ontwikkeling; lijden is vaak indirect gekoppeld aan ethiek, en het laatste komt zelfs vaak voort uit het eerste.)

Het aandragen van bovenstaand idee bij zieken is volgens Désanne van Brederode “misdadiger dan ze een hemels paradijs [na de dood, JdW] voorhouden”.

Dat kan ik niet beoordelen, maar het lijkt mij dat de afwezigheid van een geloof in een hiernamaals de vechtlust van een zieke meer aanwakkert, en dus zijn kansen op overleving vergroot, dan de aanwezigheid ervan.

Er zijn wel overeenkomsten, bijvoorbeeld als we de idee van leren koppelen aan het begrippenpaar beloning-straf.

De idee van een hiernamaals kan, net als volledig vertrouwen op de goddelijke rechtvaardigheid & voorzienigheid, leiden tot de gedachte dat (on)geluk geheel aan het goddelijke te danken is.

Dezelfde valkuil, maar dan wat betreft de gevolgen van eigen daden, gaat schuil in een onvoorwaardelijk geloof in karma (en reïncarnatie), zoals dat leeft onder nieuwe spirituelen.

Deze gedachte is te bewijzen noch te weerleggen en hij biedt geen concrete hulp, want de uitkomst en de mate van beïnvloeding zijn niet kwalificeerbaar, noch kwantificeerbaar. Daardoor weet je nooit of en zo ja hoe je de balans weer in evenwicht kunt brengen.

Het enige advies kan dan zijn om te volharden in het geloof, respectievelijk meer aan jezelf en je relatie met anderen te werken, maar dat is niet misdadig.

Onwenselijk is mijns inziens de introductie van deze gedachte bij patiënten die medisch zijn opgegeven (“god heeft dit zo gewild”/“jij hebt dit aan jezelf te danken”), want hierdoor wordt de acceptatie van het onvermijdelijke, de dood, onnodig gefrustreerd.

De schrijfster meent aansluitend dat de wereldvisie van nieuwe spirituelen een toekomstgerichte houding in de weg staat, maar dat zie ik niet in mijn omgeving. Niet bij nieuwe spirituelen met hun karma (en reïncarnatie), noch bij christenen en moslims met hun goddelijke rechtvaardigheid & voorzienigheid.

Nieuwe spirituelen zijn dus waarschijnlijk net zo met de toekomst van zichzelf en hun naasten bezig als ieder ander, bijvoorbeeld als het gaat om huis, werk, kinderen, vakantie en gezondheid.

Dat geldt ook voor de vermeende passiviteit in relatie tot sociale issues, en in het bijzonder als “verzet” is geboden “om medeplichtigheid te voorkomen”.

Hoewel de theologie van het christendom inderdaad socialer overkomt, zijn “ongebonden spirituelen” in de praktijk minstens zo sociaal, blijkt uit onderzoek. Deze groep, die ik hier even op één hoop gooi met nieuwe spirituelen en ietsisten, is in de praktijk juist zeer maatschappelijk betrokken, met name bij milieukwesties.

Vervolgens neemt het meanderende essay een onverwachte wending als Désanne van Brederode de nieuwe spirituelen vastbabbelt aan de barbaren van IS.

Haar logica is als volgt: de Gouden Regel (Mattheüs 7:12) is voor nieuwe spirituelen heel belangrijk en de materie is voor hen “niets” waard. IS strijders vinden hun aardse leven (ook) niets waard en dus wordt zo duidelijk dat de Gouden Regel “monsters [kan] baren”.

De Gouden Regel, de naam was mij onbekend, is een ethisch fundament, en niet meer dan dat. Zoals aangetoond, is de discussie over ethiek onder nieuwe spirituelen vermoedelijk veel genuanceerder. (Ik betwijfel verder de vermeende populariteit van deze regel, bij nieuwe spirituelen, en al helemaal, zoals ze impliceert, bij IS strijders.)

De opmerking over de materie wordt begrijpelijk als we een context toevoegen. Veel nieuwe spirituelen geloven dat we in essentie geestelijke wezens zijn. Bij de dood moeten we het materiële loslaten (het lichaam en dat wat we nog meer bezitten of gebruiken). Uitgaand van ideeën als ziel en reïncarnatie is het materiële voor het (geestes)leven op lange termijn daarom “niets” waard.

Wil je nu al aan je geestesleven werken, dan moet je je op de dood voorbereiden. Dat doe je (onder meer) door te trainen in onthechting. Eén en ander betekent overigens niet dat je het materiële moet minachten. (Het is ook verstandig om je lichaam goed te onderhouden, want dat is het huis waarin je spirituele wezen woont.)

Sterker nog, je kunt zelfs heel goed met volle teugen van het materiële genieten, zolang je er maar niet afhankelijk van wordt.

Wat betreft de IS strijders, vermoed ik dat de meesten hechten aan hun leven, maar bereid zijn om dat op te geven indien noodzakelijk (net als onze militairen) en/of wanneer de beloning (in hun perceptie) groot genoeg is.

De vergelijking tussen de IS strijders en de nieuwe spirituelen gaat dus mank, mede doordat de schrijfster de opmerking over de materie letterlijk neemt en deze niet van de bijbehorende context voorziet. Voor het overige geldt: aan de vruchten herkent men de boom.

Uit het bovenstaande is duidelijk geworden dat Désanne van Brederode er niet veel van heeft begrepen. Hoe zit het dan wel met de nieuwe spirituelen?

In mijn ervaring zijn het mensen met heel diverse achtergronden die, vaak op basis van (zelf)onderzoek, soms als gevolg van een crisis, met existentiële vragen worstelen. Daarnaast willen ze graag in een groter bezield verband leven.

Door zoveel mogelijk in het hier en nu te leven, hopen ze meer harmonie en geluk te ervaren. Hiertoe nemen ze bijvoorbeeld hun toevlucht tot yoga, zen, reiki en tai chi.

Een klein aantal nieuw spirituelen heeft af en toe, door een toegenomen gevoeligheid, (bescheiden) spirituele ervaringen. Denk aan (gedeeltelijke) verlichting, helder zien, ruiken, horen, voelen en dromen, en voorspellen. Dit zijn bijverschijnselen van de spirituele ontwikkeling, die kritisch moeten worden beschouwd door ervaren begeleiders, ook om psychische problemen te voorkomen.

Waar vinden de zoekers van nu zulke begeleiding? Niet in de kerk, want die is het contact met de esoterische beginjaren (de Jezus beweging met spirituele heling/genezing) vrijwel geheel verloren.

Dat is niet zo vreemd, want spiritualiteit is vanaf de eerste eeuwen tot in onze tijd systematisch door de kerk onderdrukt en gemarginaliseerd. (In het apocriefe Evangelie van Thomas is wellicht nog iets bewaard gebleven.)

Omdat de exoterische variant van het christendom al eeuwen domineert, gaan mensen in deze tijd buiten de kerk op zoek. Dat zoeken is een proces van vallen en opstaan, waarbij niets vast staat (en zelfs dat niet); alles kan leiden tot (verder) onderzoek, reflectie en verdieping. Dit maakt deze weg een moeilijke, en soms ook gevaarlijke, zoals net aangegeven.

Aan de andere kant zou je de buitenkerkelijke spiritualiteit van de nieuwe spirituelen ook als gemakzuchtig kunnen zien.

Natuurlijk, er zullen zeker mensen bij zijn die zich nergens echt in verdiepen, zelfs niet twijfelen, maar zich er toch prettig bij voelen - een beetje zoals het merendeel van de christenen en de moslims, schat ik in.

Maar de meeste nieuwe spirituelen herkennen zich vermoedelijk niet in die beschrijving. En zo is het met bijna alle opmerkingen en beweringen van Désanne van Brederode.

Zij heeft in haar essay van de nieuwe spirituelen een karikatuur gemaakt, die ze vervolgens aanvalt. In haar beleving volgt overwinning op overwinning, maar ze vecht tegen windmolens - of ze dat nu weet of niet. Op zich is dat niet erg, dat thema heeft prachtige literatuur voortgebracht, zolang er maar geen weldenkende mensen zijn die haar verhalen hierover serieus nemen.

Verder lezen en zelf een mening vormen?

Iesisme en de christelijke traditie
Ietsisten zijn modelburgers
Ietsisme en relativisme
Over moslims en ietsisten
Ietsisme - Wikipedia
Ietsisme - Encyclo
Onderzoeksrapport wetenschap & levensbeschouwing, een inventarisatie onder Nederlandse hoogleraren
Geloof in leeg iets is geen geloof
Ietsisten bekeert u
Over het ietsisme
Veel gelovigen in Nederland, maar niet in God
In iets geloven!?
Aandachtspunten interculturele palliatieve zorgverlening- Ietsisme
In Iets geloven- Ietsisme en het christelijk geloof
Tepelklem, dioxinekip, ietsisme
Een nieuw centrum voor niet kerkelijke levensbeschouwelijke vrijzinnigheid in Nederland?
Zwevende gelovigen
Onderzoek ‘Student en Zingeving’ 2009
Psychiater en religie: agnost of ietsist?
Persbericht: Godsdienstige veranderingen in Nederland
De soloreligieus volgt de ietsist op
De martelaren van de islam - en de fameuze ‘72 maagden’
Sam Harris on Spirituality without Religion, Happiness, and How to Cultivate the Art of Presence

Comments Off

admin op 31 January 2015 in Religie & Spiritueel

Wantrouwen regeert niet, kortzichtigheid is koning

Mo Prins schreef onlangs voor de GPD het artikel “Wantrouwen Regeert”. Ik denk dat het wel meevalt en dat wij Nederlanders wat vaker onder onze kaasstolp uit moeten komen. Mijn opmerkingen heb ik gegoten in de vorm van een fictieve dialoog met de schrijfster.

MP: Wetenschappers spreken elkaar tegen.
JdW: Dat is inherent aan de wetenschap.
MP: En er zitten boeven tussen die frauderen.
JdW: Dat is zo in elke beroepsgroep.
MP: Voedingsproducenten spreken niet altijd de waarheid.
JdW: Dat is waar de leugen tegen de marketing schuurt. Niets nieuws. Denk aan Haarlemmer Olie.
MP: Politieke personen en partijen voeren niet precies uit wat ze beloven tijdens verkiezingen.
JdW: We leven niet in een dictatuur. Dit politieke stelsel, met coalities en compromissen, bestaat ook al een tijdje.
MP: Justitie maakt fouten.
JdW: Dat is zo in elke beroepsgroep.
MP: De financiële sector deugt niet.
JdW: De bank is een ondernemer. De rijken die geld in bruikleen geven worden daardoor rijker en de armen lenen daarvan en betalen zich zo armer. Zeker al sinds de vroege middeleeuwen.
MP: In de zorg worden fouten gemaakt en specialisten hebben verschillende meningen.
JdW: Fouten: Dat is zo in elke beroepsgroep. Meningen: Zie mijn eerdere opmerking over wetenschappers.
MP: Quote Piet-Hein Donner over vertrouwen.
JdW: Donner heeft het mis. Het verzekeringswezen en de maffia (vaak vergeleken met een familie) draaien juist om vertrouwen. We begrijpen de wereld achter de gepresenteerde cijfers niet en vertrouwen de verkoper (van verzekeringen). De maffia draait intern om vertrouwen (en angst).
MP: Er ontstaat een Droste-effect met controleurs vanwege het chronische wantrouwen.
JdW: Niets mis mee, zolang dat niet leidt tot een onwerkbare bureaucratie en/of een afschuifcultuur.
MP: Wantrouwen regeert.
JdW: Misschien. Als dat zo is, komt dat vermoedelijk doordat de burger het vertrouwen in zichzelf is kwijtgeraakt (door structurele en sociaal-culturele veranderingen en meer beschikbare informatie). Zelfvertrouwen lijkt me een voorwaarde voor het vertrouwen van anderen en dus voor een bevredigend sociaal leven. In wisselwerking groeit vervolgens het vertrouwen in jezelf en anderen.

Comments Off

admin op 6 January 2015 in Politiek & Media

De kruk die naar de hemel wijst

Ik wilde een stuk schrijven over Boeddha’s botten.
Maar met elk antwoord kwamen er meer vragen.
Wat dreef mij?
Was het de universele behoefte om te geloven in een samenhangend en uiteindelijk weldadig, verheffend of oplossend groot verhaal?
Dat je steun zoekt als je hinkt, een kruk waarmee je weer stevig staat en die naar de hemel wijst?
Of juist het onvermogen om langer dan enkele seconden te geloven?
Een heilige is toch ook niet de hele dag heilig?
En daarom de behoefte aan iets concreets?
Iets dat alle voorbij waaiende woorden, gedachten en emoties doet vergeten en direct contact mogelijk maakt, zodat je weer warm wordt van het grote verhaal?
Geen wind in een blikje, maar de wind in je haar?
En wat is dat dan?
Of juist iets tastbaars om wat nog groot is comfortabel te verkleinen tot het op mij lijkt?
Mijn verslaving aan meer?
Meer woorden, beelden en ervaringen in dozen en weckflessen?
Het leven als een alsmaar groter wordende voorraadkamer?
Een bal die je achterna holt, duizend ballen die je achterna holt, het bergpad omlaag?

[column oorspronkelijk geschreven voor boeddhamagazine.nl]

Comments Off

admin op 21 January 2014 in Religie & Spiritueel

‘Hoeveel ik ook van Booster houd, het blijft een auto’

Op de weg kunnen ze je bijna niet ontgaan, de gepimpte auto’s. Opgetuigd en opgevoerd, zijn ze vaak het resultaat van maanden en soms jaren werk van fervente autoliefhebbers als Cor Verhees uit Sittard.

Zolang er auto’s zijn, wordt eraan gesleuteld om ze sneller en / of mooier te maken. In Nederland is het tunen (sneller maken) en stylen (versieren) van auto’s intussen een verslavende hobby voor (tien)duizenden mensen, voornamelijk mannen.

Was vroeger een nieuwe set wieldoppen, andere spiegels, een sportstuur en een spoiler al heel wat, tegenwoordig gaan de meeste sleutelaars een stuk verder.

Een stadsauto of kleine middenklasser kan met cosmetische ingrepen uitgroeien tot een gestroomlijnd racemonster. Bijvoorbeeld met verbrede wielkasten, verlaging, kuipstoeltjes en / of een fraaie bumper.

Het stylen heeft ook invloed op de rijprestaties. Die kunnen worden verbeterd met bijvoorbeeld een luchtinlaat, chiptuning (de computergestuurde begrenzingen aanpassen), een sportuitlaat, een turbo en een achtervleugel.

Iemand die er alles vanaf weet, is Cor Verhees (45) uit Sittard. Zijn eerste project was een Ford Taunus. “Vijftien centimeter breder gemaakt aan elke kant. Hij moest afwijken van alle andere auto’s.” Werd, zoals Cor zegt, helemaal ‘ge-customized’.

En wel in het voortuintje van hun toenmalige woning in ‘t Veld in Roermond.

Toen volgde een Fiat Innocenti. “Die wilde ik ombouwen tot een pick-up met van die grote wielen; het moest een big foot worden.”

De Fiat eindigde net als de Ford op de sloop. “Als ik er geen lol meer aan heb, dan krijgt niemand er lol aan. De snijbrander erin, in vier stukken.”

De laatste jaren steekt Cor veel tijd in z’n omgebouwde Honda Civic (EJ2). En veel van z’n geld - naar eigen zeggen tienduizenden euro’s.

“Mensen denken wel eens: hoe komt hij aan zo’n dikke auto? Daar zijn behoorlijk wat vooroordelen over, hebben we gemerkt. Er waren hier in de wijk bijvoorbeeld mensen die dachten dat ik een dealer was. Dat stoort me.

Ik rook niet, ik drink niet en we gaan nooit met vakantie. Iedere cent die over is, gaat naar de auto. De auto is ook niet kapot als ik ermee bezig ben. Wanneer hij hier op de oprit staat met de motorkap omhoog, dan ben ik bezig om hem te tunen.”

Af is hij nooit, zo’n auto. Telkens zie je wel wat nieuws dat je wilt proberen of vervangen. “Ik heb nu acht jaar aan deze auto gewerkt en ik blijf eraan veranderen.”

Acht jaar aan één auto sleutelen, ‘alleen het dak en de motorkap zijn nog origineel’; hoe ver gaat dat, die liefde voor deze auto?

“Laatst liep ik naar hem toe. Gaf ‘m een tik op z’n kont: ‘Zo jongen, je wordt weer helemaal geschuurd’. Maar hoeveel ik ook van Booster houd, het is en blijft een auto.”

Jolanda (47) glimlacht. Ze zit afgewend op de bank, kent haar man door en door. Voor haar op de tafel ligt een bergje glimmertjes. Ze ‘pikt’ ze één voor één en doet ze in kleine potjes, kleur bij kleur. Ze is al twintig jaar samen met Cor, en is meegegroeid in zijn hobby. Niet zo vreemd dus, dat op een tafel in de keuken een handjevol kleppendeksels ligt te drogen – ge-airbrushed door Cor.

De gepimpte witte Honda CRZ voor de deur is van Jolanda. “Daar klussen we samen aan”, vertelt ze. “Toen mijn moeder overleed, mijn vader is al eerder gestorven, wilde ik van het geld van de erfenis van mijn ouders iets kopen dat blijvend is. Dat is deze Honda geworden.”

Cor: “En je hebt er de eerste dag ook gelijk een mooie prijs mee gewonnen tijdens een meeting.”
Dat was mooi, maar een grapje op z’n tijd moet ook kunnen, vindt Jolanda. “Toen Cor nog vrachtwagenchauffeur was, kwam hij op een dag thuis. Hij dacht: Hee, mijn auto staat andersom. Had ik de achterlampen verwisseld hahaha.”

Cor nam onlangs ‘wraak’, samen met zijn nieuwe werkgever, de eigenaar van een schadeherstelbedrijf. Jolanda: “Kom ik ’s ochtends naar beneden, heeft mijn auto ineens roze velgen!”
En? “Ik ben hem gelijk om de nek gevlogen.”

Cor: “Ze hebben weleens commentaar op mijn auto, zo van: ‘tupperware’ of ‘bumperbak’, maar zo’n VW Golfje trek ik er zo uit.

Staan we voor het stoplicht en dan zie je ze denken: die gaan we eens even smoken, het licht uit de ogen rijden. Maar als we dan gaan rijden, zijn zij de jankende partij.”

De Honda Civic had 102 pk en een motor van 1,5 liter, Booster heeft een motor van 2,2 liter en een vermogen van 230 pk. “Zelfs met een turbo, ik heb geen turbo, kunnen ze me vaak niet inhalen. Dat is nog nooit voorgekomen. Nou ja, laatst wel. Dat was een Porsche GT3. Maar het is geen schande om daarvan te verliezen.”

Soms gaan de reacties veel verder dan een onschuldig wedstrijdje optrekken. Vijf jaar geleden woonden ze in Maastricht. Daar gebeurde het.

“Eerst hebben ze de auto van Jolanda in de fik gestoken, die had toen een Opel Tigra. Een week later was die van mij aan de beurt. Zat net een nieuwe striping op. Helemaal total loss geslagen…”

Cor laat oude foto’s zien op de interactieve tv. “Jaloezie denk ik. Ik begrijp dat niet zo goed. Nu ben ik een stuk rustiger, maar reken maar dat ik toen een weekje met een honkbalknuppeltje door Heerlen heb gelopen.” (Waar de dader woonde.)

Jolanda: “De man die het gedaan heeft, wist hem steeds te ontwijken omdat hij door vrienden werd getipt.”

Cor: “We hadden met hem ook een betalingsregeling, maar dat is nu gestopt. Tja, van een kale kip kun je niet plukken.”

Het heeft hem toen diep geraakt. Cor kon wel janken, was woest. Zo veel werk, zo veel energie, zo veel liefde misschien ook wel. Uiteindelijk was het: rommel opruimen, tranen drogen en opnieuw beginnen.

Cor is nu voorzitter van Japanese Street Machines, een Nederlands-Belgische club voor Japanse auto’s. De club telt zesendertig leden, die regelmatig bij elkaar komen voor een meeting bij Gardenz in Geleen, en heeft 493 volgers op Facebook.

Waar komt die passie van Cor voor Japanse auto’s vandaan, de Honda in het bijzonder? “Het geluid, de motor, de vormgeving van de modellen die ze maken. Een Volkswagen is dan echt een blokkendoos.”

En wat is dat toch tussen die Honda- en VW-rijders? Cor: “Zij vinden ons Sjonnie’s. Maar zeg nou zelf, zijn wij Sjonnie’s? Wij vinden dat zij juist echte Sjonnie’s zijn; petjes op, gouden kettingen… Ach ja.”

Los van de voorkeur voor een merk, heb je ook verschillende soorten mensen in de scene. Cor heeft het over de showing off-types en de grease monkeys; mensen die vooral met een dikke bak willen pronken, of sleutelen en zoveel mogelijk zelf uitzoeken en bouwen – maar natuurlijk ook regelmatig de weg op gaan met je ride.

En dan is er nog het onderscheid tussen passie en poen; kopen / bij een bedrijf laten stylen en tunen of proberen bijna alles zelf te doen.

De kopers staan uiteraard lager in de pikorde en dat willen de bouwers weten ook. Op sommige gepimpte auto’s prijkt daarom trots de sticker: ‘Built not bought’.

“Vroeger was het heel anders, niet zoals nu; dat mensen heel veel onderdelen kopen. Al passen de meeste daarvan trouwens ook voor geen meter.

Van zo’n polyester kap maken ze er misschien driehonderd. Die liggen buiten op een stapel te drogen. De bovenste is goed, maar de onderste staat misschien aan beide kanten wel tien centimeter uit elkaar. Maar dat maakt de fabrikanten blijkbaar niks uit.

Maar goed, toen moest je je er veel meer in verdiepen. Hoe je dingen moest maken, en zo goedkoop mogelijk. Met pur en gips een model maken van polyester. Dan daar weer een afgietsel van maken en bij de auto wegsnijden waar het nieuwe stuk moest komen, bevestigen, bijwerken, lakken. Telkens een beetje. Als er weer geld was of als je weer wat tijd had.

Dat spreekt mij het meest aan. Als ik op een meeting een Ferrari en een Lamborghini zie, die zo gekocht zijn, dan heb ik ook veel meer respect voor die jongen die daar staat met zijn Toyota Starlet en er maandenlang aan heeft gestyled en getuned.”

Comments Off

admin op 21 January 2014 in Politiek & Media

Leven van de zon, kan dat?

Zonnepanelen zijn hot. Ze worden steeds goedkoper en de aanbieders schieten als paddenstoelen uit de grond. Moesten de pioniers nog diep in de buidel tasten om zelf elektriciteit op te wekken, tegenwoordig is de aanschaf van panelen voor steeds meer mensen betaalbaar.

De overheid stimuleert het terugdringen van het energieverbruik. De consument wil vooral een zo laag mogelijke energierekening, al zal het verlangen om de eigen ecologische ‘footprint’ te verkleinen soms ook een rol spelen.

Er zijn veel aanbieders en diverse systemen. Maar wat is het beste systeem in jouw situatie? Om te beginnen kijk je naar je locatie op aarde, die bepaalt het aantal zon uren.

Uit de ‘Bezonningsstudie’ van Arup voor de gemeente Rotterdam (2008) blijkt dat Nederland over een heel jaar gemiddeld vier uur en vierentwintig minuten zonlicht per dag heeft (zonder bewolking).
December telt de minste uren zon (1,5), juli de meeste (6,3). In totaal gaat het volgens dit onderzoek om gemiddeld 1572 uren zonlicht per jaar.

De verschillen binnen Nederland zijn aanzienlijk, zo heeft Texel twintig procent meer zon uren dan het oosten van het land. (Uiteraard produceert de installatie ook als het (licht) bewolkt is, zoals je onder een parasol ook bruin wordt, maar de ‘zon-instraling’ is dan minder.)

Ook van belang is de temperatuur. Bij lage temperaturen wordt meer energie opgewekt dan bij hogere, daardoor kan het zijn dat een koele dag in oktober meer elektriciteit oplevert dan een hete zomerdag. Het koelen van de panelen is daarom belangrijk, al drukt dat het rendement.

Verder wegen mee het beschikbare oppervlak, de hellingsrichting en de hellingshoek van het dak. In een ideale situatie is het dak nooit in de schaduw, staat gericht op het zuiden en heeft een hoek van 35 tot 36 graden. (Al is het verlies bij een andere hoek tussen de twintig en zestig graden slechts vijf procent per jaar, volgens Wikipedia).

Bij een plat dak wordt deze voor Nederland meest gunstige situatie nagebootst doordat de panelen in consoles worden geplaatst met dezelfde hellingsrichting en hellingshoek. Er zijn ook meedraaiende panelen verkrijgbaar, waarbij de hoek en richting worden aangepast aan de zonnestand.

Verder is het type paneel relevant. Er zijn drie typen: monokristallijne, polykristallijne en amorfe panelen.

Monokristallijne panelen bestaan uit één stuk en zijn duur in aanschaf, maar hebben wel het hoogste rendement. Ze zijn goed voor maximaal rendement bij een klein oppervlak.

Polykristallijne panelen bestaan uit meerdere cellen, zijn goedkoper dan monokristallijne panelen, maar hebben een lager rendement. Deze zijn goed voor een groot oppervlak.

Amorfe panelen zijn in verhouding erg goedkoop. Ze bevatten geen kristallen maar poeder en zijn daardoor erg buigzaam. Het rendement is echter een stuk lager dan van mono- en polykristallijne panelen.

Wat betreft het budget, is het goed om te weten dat je er niet bent met de aanschaf van de panelen. Daar komen nog kosten bij voor plaatsing (tenzij je het gedeeltelijk zelf doet, maar dat heeft mogelijk gevolgen voor verzekering en garantie), montagemateriaal (er komt bijvoorbeeld een aparte groep met aardlekschakelaar in de meterkast), bedrading en een omvormer. Optioneel is software om de data uit te lezen, op de computer en / of via een app.

En dan is er nog het onderhoud, waar (op termijn) mogelijk ook kosten mee gemoeid zijn. De panelen, die tussen de dertig en vijfenveertig jaar zouden meegaan, moeten regelmatig worden schoongemaakt (maar niet met kraanwater vanwege mogelijke kalkaanslag). Met name fijnstof zorgt ervoor dat de panelen niet optimaal functioneren.

De keuze voor een installatie wordt mede bepaald door de mate waarin je in je eigen elektriciteitsbehoefte wilt voorzien. Zo zijn er mensen die hun reguliere kosten geheel willen terugverdienen. De meesten kiezen volgens Wikipedia echter voor het terugverdienen van de helft.

Wat kost nou een ‘doorsnee installatie’, gesteld dat de locatie en de andere omstandigheden gunstig zijn?

Het rendement van de gehele installatie in ideale omstandigheden wordt omschreven in kWp (kilowattpiek). 1 kWp komt ongeveer overeen met 700 – 900 kWh per jaar.

Het jaarlijkse elektriciteitsverbruik van een gemiddeld Nederlands huishouden in 2013 is 3.340 kWh (Nibud). Om die hoeveelheid energie geheel af te dekken, is (bij 1 kWp = 800 kWh) een installatie nodig van (minimaal) 4.175 kWp.

Met in maart 2013 een gemiddelde prijs van 1,5 euro per kWp (Wikipedia), kost dit hele systeem (geïnstalleerd en inclusief btw) in theorie 6.262,5 euro.

De terugverdientijd van een complete installatie is tegenwoordig tussen de vijf en negen jaar. Vijf jaar geleden was dat nog tien tot twintig jaar.

De kortere terugverdientijd komt door de dalende prijzen vanwege technische innovaties, de marktwerking en (tot voor kort) de beschikbaarheid van diverse subsidies.

Veel van deze subsidiepotjes, die de aanschaf van zonnepanelen erg hebben bevorderd, zijn nu leeg. In augustus 2013 bleek bijvoorbeeld dat de bodem van het potje van Economische Zaken bereikt is.
Uit die EZ-pot, beheerd door Agentschap NL, is in 2012 en 2013 ruim 50 miljoen aan subsidie verstrekt aan ruim 90.000 aanvragers. Particuliere woningbezitters kregen 650 euro.

De provincie Limburg had de LES-regeling, met 1.000 euro subsidie voor particuliere woningbezitters. Die pot van 5,6 miljoen raakte al in november 2012 leeg. Ruim 7.000 huiseigenaren hebben een bijdrage ontvangen.

Tot 1 mei 2014 biedt Limburg een duurzaamheidslening van het Limburgs Energie Fonds (LEF) met een rente die drie procent lager is dan de actuele rente. Volgens een woordvoerster van de provincie is er voor huiseigenaren nog ‘ruim een miljoen euro’ beschikbaar (september 2013).

Als je installatie is terugverdiend, kan er winst worden gemaakt (de kosten voor onderhoud en verzekering even buiten beschouwing gelaten). Dat is mogelijk als je meer opwekt dan je verbruikt en het overschot verkoopt. Op dit moment gaat het dan vooral om verkoop aan je eigen energiebedrijf, maar wellicht in de toekomst ook om levering aan derden.

Verwacht echter niet dat je hier snel rijk van wordt. Zelf opgewekte elektriciteit wordt nu door energiebedrijven ingekocht voor (minder dan) de helft van wat ze er zelf voor vragen (Wikipedia). Daarbij is onduidelijk hoe de prijzen van elektriciteit zich zullen ontwikkelen.

Ondanks de onzekerheid in de elektriciteitsmarkt en de terugloop aan subsidies is de verwachting van specialisten dat steeds meer mensen de komende jaren zonnepanelen zullen aanschaffen. Dit komt onder meer door technische innovaties (panelen krijgen een hoger rendement) en door de marktwerking (de prijzen dalen door een toename van het aantal aanbieders).

Comments Off

admin op 2 December 2013 in Politiek & Media

China’s super psychics, te mooi om waar te zijn?

Onlangs vond ik in mijn archief een artikel dat ik in 2008 schreef voor het blad Koorddanser. Het gaat over ‘China’s super psychics’ en is nog steeds de moeite van het lezen waard. Vandaar dat ik het hier met jullie deel.

‘Wonderen zijn niet in tegenspraak met de natuur. Ze zijn slechts in tegenspraak met wat wij weten over de natuur’, schreef kerkvader Augustinus. Aan de andere kant: veel zogenoemde wonderen blijken achteraf te berusten op misleiding, bedrog en cold reading, zoals de Amerikaanse goochelaar en scepticus James Randi meerdere malen heeft aangetoond.

Randi geeft een miljoen dollar aan degene die de werking van zijn of haar paranormale vermogens kan aantonen. De test moet plaatsvinden onder gezamenlijk overeengekomen omstandigheden. Tot nu toe is het geldbedrag nog niet uitgekeerd en in 2010 wordt het waarschijnlijk voor een ander doel bestemd.

Door het werk van Randi en anderen wordt het kaf van het koren gescheiden. Er zijn namelijk voldoende aanwijzingen dat sommige mensen inderdaad bijzondere vermogens hebben. Uit recente wetenschappelijke onderzoeken, bijvoorbeeld naar psychokinese, remote viewing en telepathie, bleek namelijk dat er (kleine) significante verschillen zijn tussen de begaafden en de mensen in de testgroepen.

Recentelijk is, ook in Nederland, een sterke opleving van de belangstelling naar paranormale fenomenen. In deze roerige tijden, waarin mensen meer behoefte hebben aan zekerheid, wordt steeds vaker de blik gericht op individuen die de sluier van het kenbare opzij kunnen schuiven. Om kennis te delen of krachten op te roepen.

Op een enkeling na, denk bijvoorbeeld aan medium Lisa Williams, zijn de paranormale resultaten van dit soort mensen indrukwekkend, maar niet verbijsterend. Groot was dan ook mijn opwinding toen ik op internet tweedehands een vrij onbekend boek vond met beschrijvingen van ‘door meer dan honderd wetenschappelijke instellingen en academies’ geteste mensen met bijna mythische psychische vermogens.

Dit boek, ‘China’s Super Psychics’ van chi gong meester en schrijver Paul Dong en Thomas E. Raffill, stelt op de flap dat er in China zo’n dertig ’super psychics’ zijn. Zij zouden in staat zijn tot het genezen van kanker en AIDS, het stoppen van rijdende auto’s, het lopen door muren, het veranderen van kleuren en moleculaire structuren en het verplaatsen voorwerpen op afstand.

Hun vermogens zijn volgens de schrijvers succesvol getest door onder meer het Beijing High Energy Physics Institute, het Institute of Aerospace Medico-Engineering, het National Defense Laboratory 507 en de Quinghua University.

Ze introduceren eerst Zhang Baosheng, bijgenaamd ‘de kleine god’. Deze man verplaatste eens een zak van vijftig kilo suiker door de muur van een loods. Dat was althans de waarneming van een onderzoeker van de Heilongjiang University en een collega van het Beijing Institute for Research in Chinese Medicine. En zo zou Baosheng nog meer mirakels op zijn naam hebben staan, zoals lopen door muren. Zijn verklaring hiervoor in 1982: ,,Jullie waren niet in staat om mij tegen te houden.”

Baosheng had in elk geval tot medio jaren negentig een enthousiaste groep volgelingen, onder meer onder beoefenaren van het toen in China erg populaire chi gong. Daarna kwam Baosheng onder vuur van sceptici als chi gong meester Sima Nan, lezen we op internet. Nan deed de wonderen van Baosheng af als goochelarij en gaf ook demonstraties van deze zogenoemde wonderen, ogenschijnlijk zonder verschil.

Een andere chi gong meester, Yan Xin, is minder omstreden. Hij bleek tijdens veelvuldig herhaalde wetenschappelijke testen steeds weer in staat tot bijzondere handelingen. Zo verhoogde hij tijdens een demonstratie op een Amerikaanse universiteit, voor het oog van vele toeschouwers, de weerstand van zijn lichaam zodat hij een hoge elektrische spanning kon weerstaan.

Ook wist hij door het sturen van energie op afstand, onder door Chinese wetenschappers vastgestelde omstandigheden, de moleculaire structuur van een kunstmatig kristal te veranderen. De verandering bleef acht dagen in stand. Tevens kon hij door het sturen van energie de radioactieve stof Americium 241 beïnvloeden.

Daarnaast heeft Yan Xin volgens de verhalen ‘duizenden’ genezen. Onder meer van kanker, breuken, reuma, traumatische verlamming, hartklachten en diabetes. Tijdens lezingen, waarbij hij chi uitstraalt naar het publiek, zou hij bijvoorbeeld mensen in rolstoelen weer hebben laten lopen.

Yan Xin stelt in het boek van Dong en Raffill: ,,Kanker in een vroeg stadium is net zo gemakkelijk te genezen als iemand die kou heeft gevat. Als de patiënt met mij werkt, kan ik kanker in een middel stadium terugbrengen en de verspreiding van kanker in een vergevorderd stadium beheersen.”

Dit soort psychische vermogens komt in rudimentaire vorm ook voor bij een groepje Chinese kinderen, aldus de schrijvers. Zo zijn er dertien jongens en zesentwintig meisjes van wie tussen 1979 en 1981 speciale krachten zouden zijn vastgesteld. Het gaat dan om door objecten, muren en mensen heen kijken, takjes breken op afstand, lezen via oren en vingertoppen, telescopisch zicht en het vermogen om bloemen uit de tuin in een vaas te plaatsen.

Eén meisje, Sun Liping, heeft schijnbaar het vermogen om een knop door aanraking van de steel in een minuut te laten uitgroeien tot een bloem. Een vermogen dat wordt gedeeld door Yao Zheng, een jongedame met meerdere gaven die regelmatig geconfronteerd wordt met mysterieuze brandgaten in haar kleding. Foto’s van de geopende bloemen en een demonstratie met getuigen staan in het boek.

Hoewel ze vaak voorkomen bij kinderen, verdwijnen dit soort bijzondere psychische gaven meestal bij het bereiken van de volwassenheid, aldus de schrijvers. Bij meisjes als ze gaan menstrueren. Een kleine groep mensen behoudt de chi-gerelateerde vermogens.

Wat is het geheim van hun wonderen en hoe gaat het nu met de mensen die in het boek uit 1997 worden beschreven? Het is me helaas niet gelukt om via de Amerikaanse uitgeverijen in contact te komen met de auteurs. Wel blijkt er een website te zijn van of over Yan Xin: http://www.yanxinqigong.net. E-mails naar diverse uitgeverijen en de site van Yan Xin bleven tot nu toe helaas onbeantwoord.

De Chinese wonderen zijn afhankelijk van een aantal randvoorwaarden, stellen Dong en Raffill in hun boek. Zo is het vermogen niet altijd op commando te raadplegen en is ook de stemming van de begaafde van invloed, net als twijfel of voorbehoud over het welslagen. Het verstand moet geconcentreerd zijn en de emoties onder controle; emoties kunnen het resultaat beïnvloeden.

Vaak worden de vermogens getraind, maar niet altijd. Baosheng was bijvoorbeeld geen chi gong meester en van de psychisch begaafde kinderen is niet beschreven dat ze deze eeuwenoude energetische kunst beoefenden toen hun vermogens op jonge leeftijd aan het licht kwamen. Psychische krachten kunnen bijvoorbeeld ook worden opgeroepen door hypnose, geloof, herstel na een ziekte of ongeluk, blootstelling aan een sterk energieveld en door honger.

In tachtig procent van de in het boek beschreven gevallen zijn de vermogens echter door chi gong getraind. Centraal hierbij is de omgang met yin en yang energie en het streven naar de eenwording van de mens met het hemelse. Hiervoor is stilheid vereist.

De chi gong oefeningen herstellen door de ingenomen posities de balans met de kosmos en zorgen voor een toename van chi. Deze chi kan vervolgens via de ogen, handen en vingers worden gebruikt om te genezen, denk ook aan het Japanse reiki, of om te verwonden, zoals in sommige vechtsporten gebeurt.

Door chi gong beoefening kunnen uiteindelijk de niet-zichtbare ogen, waar het boeddhisme en taoïsme over spreken, om beurten worden geopend, aldus Dong en Raffill. Het begint met een verbeteren van het zicht van het gewone oog, dan volgt de opening van het derde oog, goed voor remote viewing en het zien van visioenen.

Het wijsheidsoog laat ook textuur, heden, verleden en toekomst van objecten zien. Het dharma-oog heeft een hoge energie en kan zaken repareren of bijvoorbeeld een stalen draad doorsnijden met wilskracht. Het boeddha-oog tenslotte, licht het universum op, kan voorbij toekomst en verleden kijken en de gang van zaken en materie veranderen. Wanneer dat oog zo ontwikkeld is, dat het alles verlicht, wordt alles erdoor beïnvloed.

Het boek ‘China’s Super Psychics’ van Paul Dong en Thomas E. Raffill uit 1997 is niet meer leverbaar. De Duitse vertaling, ‘Indigo-Schulen: Trainingsmethoden für medial begabte Kinder’ is wel verkrijgbaar.

Yan Xin Qigong I

Yan Xin Qigong II

Yan Xin Qigong III

International Yan Xin Qigong Association (IYXQA)

The Highest Technology of All Technologies: The Yan Xin Secret

Comments Off

admin op 7 November 2013 in Ongewoon & Anders, Religie & Spiritueel